Bijzondere Noden
Doneer ook!

Reisverslag Irak – 2 ‘Hoe kan ik mijn naaste niet liefhebben?’

Paul Velthove en Jan Drost van het deputaatschap Bijzondere Noden van de Gereformeerde Gemeenten brachten samen met Martin ten Caat en Henk Jan van der Weerd van het actiecomite Hulp Irak een werkbezoek aan Irak. Lees hier deel twee van hun impressies.

We bezoeken het dorp Tel-Eskof, een dorp op de vlakte van Ninevé, ongeveer 30 kilometer ten noorden van Mosul. De toegangscontrole is streng, de frontlinie is immers dichtbij. Pas na enkele telefoontjes door de militairen worden we doorgelaten. Dit dorp is eind 2016 bevrijd uit handen van IS en op dit moment is langzaam weer de wederopbouw begonnen. De eerste 300 gezinnen zijn teruggekeerd en proberen hun leven weer op te pakken. Terwijl we wachten om het dorp in te mogen komt er een auto langsrijden met de laadbak vol huisraad. We rijden door naar het volgende dorp, weer 10 kilometer dichter bij Mosul. Verbijsterd bekijken we de verwoesting in het dorp: kapot geschoten huizen, uitgebrande auto’s en volledig verwoeste woningen. Het weer maakt het allemaal nog triester dan het al is, de regen komt met bakken uit de lucht. Door de stromende regen rennen we naar een kerk waarvan het interieur volledig verwoest is, kapot gescheurde bijbels en op de pilaren het teken van IS en andere Arabische teksten.

“IS moet ook naar Europa gaan, dan weten jullie ook wat het is.”

Teruggekomen in Tel-Eskof delen we aan elk gezin een pakket uit met goederen die in Nederland zijn ingezameld. In de rij zien we mannen staan waaraan we kunnen zien dat ze volop aan het werk zijn aan hun huis, kleren vol met verfvlekken. De pakketten worden dankbaar in ontvangst genomen. We spreken tijdens het uitdelen een man, een Assyrische christen, die 2 maanden geleden teruggekeerd is naar zijn huis. Dat is de familiewoning van zijn voorouders, ruim 500 jaar oud, en nu deels verwoest. Tijdens het gesprek reageert de man verbitterd: “De Islam is een bacterie, ze verspreiden zich snel en richten overal schade aan. Maar bacteriën moeten uitgeroeid worden. IS moet ook naar Europa gaan, dan weten jullie ook wat het is.”

Wat is deze uitspraak een contrast met de ontmoeting die we later op de dag hebben met voorganger Luay W. Ibrahim van een gemeente in Duhok. Hij vertelt ons het verhaal van zijn gemeentelid, de 54 -jarige Hadad Yousef met zijn vrouw en 3 kinderen. Vanuit Mosul zijn ze in 2014 naar Duhok gevlucht. In de kerk zet hij zich in als chauffeur om vluchtelingen op te halen vanuit vluchtelingenkampen naar de kerk. Hiervoor krijgt hij een kleine vergoeding, een van de weinige inkomsten die hij heeft. Onlangs zijn ze terug geweest naar Mosul om te kijken wat er van hun huis over is. Het huis staat er nog, maar is volledig geplunderd. Buren wisten te vertellen welke moslims de plunderingen op hun geweten hadden. De politie zou de aangifte tegen deze mensen direct in behandeling nemen. Maar de man heeft op geen enkele manier blijk gegeven van wrok of haat. Hij heeft ze openlijk vergeven en allen uitgenodigd in zijn huis: “Hoe kan ik, als ik de liefde van God heb ontvangen, mijn naasten niet liefhebben?”

Vergelijkbare verhalen

  • Verhalen

    Reisverslag Irak – 3 ‘Ik dank God!’

    Verwoesting, verdriet en verlatenheid. Maar ook hoop! Op bezoek in Irak - deel 3

    Lees verder
  • Verhalen

    Reisverslag Irak – 1 Uitzichtloos

    Verwoesting, verdriet en verlatenheid. Maar ook hoop! Op bezoek in Irak - deel 1

    Lees verder