Bijzondere Noden
Doneer ook!

Hoop in de Gazastrook

“Toen de moslims in mijn klas vragen stelden over mijn geloof, ging mijn mond dicht… Ik was de enige christen, maar kon niets vertellen over de meerwaarde van mijn geloof.” Aan het woord is Boutrus* (Arabisch voor Petrus). Simon kreeg deze naam van de Heere Jezus na zijn geloofsgetuigenis: Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods. Hoe anders was het geloof van Boutrus toen zijn klasgenoten hem erop bevroegen. “Eigenlijk”, zegt hij, “had ik als jonge jongen mijn geloof verlaten. Ik wist helemaal niets van een levend geloof”.

Boutrus wordt geboren in een Syrisch-Orthodox gezin in Gaza, in de tijd dat de grenzen nog open zijn en er van Hamas geen sprake is. Het dagelijks leven wordt nauwelijks beïnvloed door het conflict tussen de Palestijnen en Israël. Tot de zesde klas gaat hij naar een christelijke school. Voor vervolgonderwijs moet hij naar een openbare school. Daar blijkt hij de enige christen te zijn.

Hij merkt al snel dat de moslims een grote kennis hebben over de Islam. Zijn kennis over het christendom reikt niet verder dan wat religieuze symbolen die hij van thuis meegekregen heeft. Op de vraag waarom christenen bidden, weet hij geen antwoord. Hij realiseert zich dat hij niet met hen in discussie kan gaan, en gaat op zoek naar antwoorden. Boutrus koopt een Bijbel en een Koran.

Wat is waarheid?

Zijn zoektocht brengt hem in verwarring. Wat is waarheid, de Bijbel of de Koran? De christenen om hem heen brengen hem niet verder. “Onze gewoonte om op zondag naar de kerk te gaan, was me duidelijk. Maar op mijn vragen over het geloof zelf, had ik geen antwoord. We hadden tradities, maar geen discussie of uitleg.” Dat verandert als een vriend hem meeneemt naar een Bijbelstudie in de baptistengemeente. Daar kan de dominee zijn vragen wél beantwoorden. Hij raakt overtuigd van de waarheid van de Bijbelse boodschap, maar er gaat een lange tijd overheen voordat hij dit in zijn persoonlijk leven kan uitdragen. De Syrisch-Orthodoxe christenen denken dat hij gehersenspoeld wordt door de protestanten. Ook zijn moslimvrienden laten hem staan. Ze vinden dat hij te gelovig wordt.

“De gewoonte om op zondag naar de kerk te gaan, was me duidelijk. Maar op mijn vragen over het geloof zelf, kreeg ik geen antwoord. We hadden tradities, maar geen discussie of uitleg.”

“Dat was heel moeilijk voor me. Maar ik weet nog goed dat ik bemoedigd werd door een preek uit Mattheüs 11: Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven. Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen. En dan vooral: Want Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht. Mijn vrienden loslaten om Jezus te volgen was moeilijk, maar ik hoefde niet alleen te zijn. God zou bij me zijn, en ik zou er heel veel voor terugkrijgen.”

Het is in deze periode dat de Palestinian Bible Society hem vraagt voor hen te gaan werken. De volgende dag al begint hij in hun boekwinkeltje. Dit werk is voor Boutrus een middel tot verdieping en versterking van zijn geloof. De boekwinkel van de PBS heeft goed gevulde boekenkasten, maar geen klanten. Boutrus trekt eropuit om Bijbels aan de man te brengen, onder andere op universiteiten. Hij ontvangt zegen op zijn werk: zelfs op de Islamitische universiteit krijgt hij toestemming om Bijbels als ‘studiemateriaal’ uit te delen. Studenten beginnen naar het boekwinkeltje te komen, en enkele jongeren komen tot geloof en worden gedoopt.

Gevlucht uit Gaza

Maar na vier jaar komt er een abrupt einde aan zijn evangelisatiewerk in Gaza. Sinds de machtsovername door Hamas is het aantal christenen in Gaza teruglopen van 7000 naar 900. Waar ze onder Arafat nog door de overheid werden beschermd, is er nu steeds meer sprake van discriminatie, bedreiging en ‘evangelisatie’ door moslims onder christenen. In 2007 wordt de evangelist van het boekwinkeltje, Boutrus’ vriend en werkgever, ontvoerd en gedood door Hamas.

“Na verloop van tijd durfden we zelfs geen kruisje meer te dragen. Onze vrouwen gingen op straat een hoofddoek dragen om niet herkend te worden als christen. Voorheen kwamen de overheidsfunctionarissen naar onze christelijke feesten en vierden we met z’n allen Pasen in de kerk. Maar toen Hamas kwam, durfden we dat niet meer. Weet je wat er regelmatig gebeurd op straat? Moslims komen dicht bij ons staan, maken met hun vingers een kruis en spugen erop. Dat doen ze om je af te schrikken en te laten zien: “We weten dat jullie christenen zijn”. Er is echt christenvervolging in Gaza. Meisjes die geen hoofddoek dragen, worden soms in de auto bekogeld met zand en stenen! De christelijke bevolking in Gaza is echt bang.”

“Weet je wat er gebeurd op straat? Moslims komen dicht bij je staan, maken met hun vingers een kruis en spugen erop, om je af te schrikken en te laten zien: ‘We weten dat jij Christen bent’.”

“Christelijke jongeren hebben geen kans op een baan en kunnen daardoor ook geen huis kopen of een gezin stichten. Veel christenen zwichten voor de druk van de gemeenschap en worden moslim. Een hele familie is bekeerd omdat ze zo arm waren, ze hadden bijna geen andere keus. Moslims gaan naar de huizen van christenen om hen over te halen zich te bekeren. Ook bij mijn neef. Ze bleven maar komen met het aanbod van een vrouw een auto en een baan. Hij kon als christen geen baan krijgen en dus ook niet trouwen. Hij is op het aanbod ingegaan. Het christendom had kennelijk niet veel waarde voor hem. Hij is zelfs op bedevaart naar Mekka geweest.”

“Moslimleiders moedigen de jongeren aan om steeds agressiever te worden. Als ze martelaar worden, zullen ze niet alleen zelf beloond worden, maar ook voor hun families zal het de deur naar de hemel openen. De nieuwe generatie wordt steeds radicaler. Op een dag kwam Rami niet thuis voor het eten. ’s Nachts werd ik gebeld: “Boutrus, kom maar om Rami op te halen.” Maar in de tijd daarvoor had mijn familie en het personeel van PBS veel doodsbedreigingen gehad. Wij namen het toen niet heel serieus (‘dit kan er ook nog wel bij’), maar van de politie mochten we ons huis niet meer uit. Daarom durfde ik niet te gaan, ik was bang dat ze mij wat aan zouden doen. Ik mocht ook niemand sturen, maar gaf ze wel het nummer van Rami’s familie. Om half zes belde Rami’s broer me. Hij schreeuwde: “Rami is dood”! Ik kon het niet geloven. Ik dacht aan ondervraging, gevangenis, aan alles maar niet aan dit.”

“Ze hebben Rami’s lichaam achtergelaten op de straat en de politie gebeld. Zomaar. Ik ben naar het ziekenhuis gegaan om hem te identificeren, maar onderweg moest ik wel drie keer van auto wisselen om zeker te zijn dat niemand me zou volgen. Op zijn begrafenis en de dagen erna was het heel gevaarlijk, en zo moeilijk. De politie moest ons begeleiden en hield de omgeving onder schot om ons te beveiligen. Het werd duidelijk dat we zo snel mogelijk Gaza moesten verlaten. 10 dagen na Rami’s dood zijn we vertrokken. In vier auto’s, allemaal een andere kant op. Niemand, zelfs onze familie, wist niet dat we gingen. We hadden alleen een tas met wat spullen. Na een week ook is ook mijn broer en de rest van de staf van PBS weggegaan. Het werd veel te gevaarlijk om in Gaza te blijven werken.”

Toekomst

Nog steeds zet Boutrus zich in voor PBS, nu op het gebied van ontwikkelingswerk. Samen met Esther Grisnich** coördineert hij vanuit Jeruzalem het project in Gaza. Hoewel hij het niet direct zegt, kan Esther uit Boutrus’ verhaal opmaken dat hij eigenlijk het doelwit van de ontvoering en moord was. Het besef dat zijn vriend in zijn plaats is gedood, maakt het heel moeilijk voor hem om erover te spreken.

Boutrus mist het evangelisatiewerk in Gaza, maar heeft geleerd dat ook ontwikkelingswerk een middel is om relaties te leggen tussen christenen en moslims. “Jongeren kennen het christelijk geloof alleen op de traditionele [katholieke, red.] manier. De Palestinian Bible Society richt zich daarom volledig op de jeugd, om hen een heldere visie op de Bijbel te geven en hun Bijbelkennis te vergroten. Ik wil met deze kinderen werken. De toekomst hangt af van deze generatie!”

* Boutrus heet in werkelijkheid anders. Op zijn verzoek gebruiken we deze naam.

** Esther Grisnich woonde op het moment van dit interview in Jeruzalem en combineerde haar baan voor de Europese Unie met de coördinatie van het Hope Project. In Noodklok nr. 153 schreef zij hierover een blog.

Vergelijkbare verhalen

  • Verhalen

    Reisverslag Irak – 2 ‘Hoe kan ik mijn naaste niet liefhebben?’

    Verwoesting, verdriet en verlatenheid. Maar ook hoop! Op bezoek in Irak - deel 2

    Lees verder
  • Verhalen

    Op reis: de vervolgde kerk in Egypte

    Rokende puinhopen en kogelgaten in de kerkdeur. Over christen zijn in Egypte.

    Lees verder