Bijzondere Noden
Doneer ook!

Adres en Afzender

Serie Saambinder: Diaconaat – 2
Adres en Afzender?

Jaren geleden deed een oude medebroeder op een ambtsdragersconferentie een opmerkelijke uitspraak. Hij zei: ‘Het diaconaat heeft altijd een adres en een Afzender’. Een uitspraak om niet te vergeten.

Deze uitspraak raakt de kern van het diaconaat, blijft altijd actueel. Ontbreekt de geadresseerde of de Afzender, dan kunnen we niet meer spreken van diaconale hulp. Dan kunnen we hooguit nog spreken van medemenselijkheid. Het diaconaat heeft altijd een adres en een Afzender. Wat bedoelen we hiermee? Wie zijn in het diaconaat de geadresseerden en Wie is dan de Afzender?

In Matthéüs 25 maakt Christus duidelijk wie de geadresseerden zijn. Het gaat in dit hoofdstuk over de oordeelsdag. Hij maakt scheiding tussen de schapen en de bokken en betrekt in dit oordeel heel direct de bewezen dienst aan de geadresseerden: ‘Want ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest en gij hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling en gij hebt Mij geherbergd. Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed; Ik ben krank geweest en gij hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis en gij zijt tot Mij gekomen’.

En dan besluit Hij: ‘Indien gij dit aan de minsten Mijner broederen niet gedaan hebt, zo hebt gij dit Mij ook niet gedaan’. De geadresseerden zijn dus de minste broederen, de nooddruftigen, zij die geen helper hebben, de armen, zij die gebrek hebben. En die zijn er nog! Die zullen er ook altijd blijven. Want: ‘De armen hebt gij altijd met u, en indien gij wilt kunt gij hen weldoen’, zegt de Heere Jezus.

Definitie van armoede
Armoede is een begrip dat moeilijk is te definiëren. Want wat is armoede? Iemand zei het eens zo: ‘Arm is iemand die vanwege gebrek niet meer aan zijn of haar rentmeesterschap kan voldoen’. Dat is een mooie omschrijving. Natuurlijk is dit aan plaats, tijd en aan cultuur gebonden. Als we onze noden afwegen tegen de nood in Roemenië, Malawi of Jemen, dan is er in Nederland geen echte armoede. Toch zijn er ook onder ons wel gezinnen die worstelen met een schrijnend tekort in de gezinsbegroting.

Er is altijd wel stille en verborgen armoede. Dat kan van tijdelijke aard zijn, maar dit kan ook structureel zijn. Hoe het ook zij, als dit het geval is, dan mag men als lid van de gemeente in alle vrijmoedigheid een beroep doen op steun van de diaconie. Hiertoe is door de Heere juist het diaconaat in de gemeente ingesteld. Om elkaar te steunen.

Er wordt nogal eens een drempel ervaren voordat men een beroep doet op de diaconie. Maar, dat is echt on-Bijbels. Laat toch de gedachte verre van ons zijn dat de gevraagde steun ontvangen wordt van een paar ambtsdragers. Nee, de steun wordt niet ontvangen van mensen, maar van de Heere. Hij is de grote Afzender. Zagen we dat maar meer! Hij werkt middellijk. Hij zorgt door middel van de ambten voor Zijn gemeente. Ja, Hij zorgt er ook voor dat er middelen komen. Hij neigt de harten tot milddadigheid en zegt: ‘Zijt niet bezorgd wat gij eten of wat gij drinken zult of waarmee gij u kleden zult. Want uw hemelse Vader weet wat u nodig hebt’. Daarop mogen de broeders diakenen dan ook in alle vrij- en blijmoedigheid wijzen in hun troostrijke redenen.

Gaven in de gemeente
Een hulpvraag is niet altijd van financiële aard. Er kan op velerlei manieren een tekort zijn. Daarom dienen diakenen ook om te zien naar goede middelen om allerlei noden te lenigen. Daarbij kunnen ook gemeenteleden actief betrokken worden. In 1 Korinthe 12 stelt Paulus de gemeente voor als een eenheid, een lichaam met onderscheiden leden. Elk lid is onmisbaar, elk lid heeft gaven. Die gaven zijn door de Heilige Geest geschonken. En als Hij gaven geeft, zijn ze ook nuttig. Laten we die gaven naarstig bij elkaar opmerken en aanwenden tot nut van de gemeente.

In het daaropvolgende hoofdstuk bepaalt Paulus ons bij de meest uitnemende gave, de liefde. Dit is veelzeggend, want bij alles wat we doen met onze gaven, juist in de dienst der barmhartigheid kan de ware liefde niet gemist worden. In die zin zijn we allemaal in onszelf even arm! Die ware liefde hebben we niet van onszelf. De ware liefde is uit God, is vrucht van Zijn genade in Christus. Wij vermogen niets zonder die genade. ‘Want zonder Mij kunt gij niets doen’.

Diaken A. van der Spek, Nieuw-Beijerland
Deputaat Bijzondere Noden

Vergelijkbare verhalen

  • Verhalen

    Het eigen karakter van diaconaat

    We kunnen toch niet alle lasten van deze wereld meedragen? Waar ligt de grens? Lees deel 3 van de artikelenserie 'Diaconaat'.

    Lees verder
  • Verhalen

    Gaven besteden via de kerkelijke weg

    Een meisje zong uit volle borst. Haar levenslied! Ik dacht: konden ze dit in Nederland maar zien! Lees deel 4 van de artikelenserie 'Diaconaat'.

    Lees verder
  • Verhalen

    Van wie ben ik de naaste?

    De vraag is niet: Wie is mijn naaste? Dat is passief. De Heere Jezus draaide het om! Lees deel 1 van de artikelenserie 'Diaconaat'.

    Lees verder