Reisverslag Irak - "Ik dank God!"



Paul Velthove en Jan Drost van het deputaatschap Bijzondere Noden van de Gereformeerde Gemeenten brachten april 2017 samen met Martin ten Caat en Henk Jan van der Weerd van het coördinerende actiecomité Hulp Irak een werkbezoek aan Irak.

In een klein vluchtelingendorp tussen ruige bergen en prachtige groene heuvels vlakbij Akra, 100 kilometer ten noorden van Erbil, zijn we speciale gast op de maaltijd ter gelegenheid van een begrafenisplechtigheid. Mannen en vrouwen doen dat gescheiden. Ongeveer 200 mannen wachten bij de weduwnaar en zijn zoons met de maaltijd die klaarstaat op lange tafels tot wij zijn gearriveerd. Indrukwekkend om te zien dat het hele dorp meeleeft met de bedroefde familie. Als we ook de oude moeder, de zus en de dochter van de overledene gaan condoleren komt een moeder met een kind in haar armen ons achterop lopen. Het jochie, zes jaar oud, is blind en spastisch. En in een land waar de zorg voor gezonde mensen al tekort schiet, is dat zeker het geval voor gehandicapten. Ze heeft groot tekort aan luiers en melk voor haar kind, en we laten haar gratis winkelen in het kleine winkeltje in het dorp. Voor even geeft dat wat lucht…

In de stad Akra bezoeken we verschillende vluchtelingengezinnen die ondergebracht zijn in half afgebouwde woningen. In een kamer met wat kleden op de vloer, maar kale betonnen muren, ligt een man van een jaar of 40. Hij is halfzijdig verlamd, maar geld voor medische zorg is er niet. Medicijnen zijn er in het dorp voor hem niet te krijgen, zijn vrouw is naar Duhok, ruim 100 kilometer verderop. De man is tijdens de afwezigheid aangewezen op de zorg door zijn 10 jarige zoon, een leuke, opgewekte jongen. Als we hem een tas met hulpgoederen geven schiet de man helemaal vol. Maar wie helpt hem volgende week, en de week erna?

Even later staan we in de woning van een ouder echtpaar boven een winkel in een drukke winkelstraat. De man ligt met ernstige hartproblemen in bed, niet meer dan een dun matrasje en een deken. De moeder van een jaar of zeventig moet niet alleen voor haar man, maar ook voor hun zieke dochter zorgen. De situatie is schrijnend, kapotte ramen en erg vochtig. Er is geen geld voor een arts. En toch, op haar gerimpelde en vriendelijke gezicht breekt een lach door als we vragen hoe ze de toekomst ziet. “Ik dank God voor alles wat we hebben. We hebben geen geld voor de huur, maar ik dank God, mijn man is ziek, maar ik dank God”.

Zieken, ouden van dagen, gehandicapten maar ook kinderen hebben extra zorg nodig. In Sulejmani, in twee enorme vluchtelingenkampen, maakt de regen alles vies en blubberig. Er loopt een generatie kinderen rond die geen of hooguit een paar uur per dag onderwijs krijgt. Maar in beide kampen is het in een paar barakken en tenten vrolijk en gezellig. Voor verschillende leeftijdsgroepen wordt er met kinderen gekleurd, gespeeld en gezongen. We zien glimmende oogjes en vrolijke gezichten. Voor even kunnen de dagelijkse problemen vergeten worden en krijgen ouders een moment van rust. Een mooi lichtpuntje in een land vol problemen.