Boodschap vanuit Irak



Boodschap vanuit Irak

Een ex-moslim deelt zijn verhaal.

“Ik had alles al ingepakt. Mijn kleding, geld, papieren. En mijn Bijbel natuurlijk! Het was de dag dat ik mijn familie ging vertellen dat ik christen geworden was. Ik hoorde de oproep tot gebed in de moskee al door de luidsprekers loeien. ‘Wakker worden, wakker worden!’ riep mijn familie. Ik slikte even en zei toen: ‘Het gebed dat jullie bidden is een slavengebed, maar ik heb nu een levende God gevonden.’ Mijn vader, overtuigd imam, was woest. Hij zette een prijs op mijn hoofd. ‘Degene die mijn zoon vermoordt, zal ik mijn nieuwe zoon noemen.’ Ook de rest van de familie liet me niet met rust. Mijn oom is ook imam en mijn neef is directeur van een islamitische partij. Ik ben daardoor al meerdere keren gearresteerd. ‘Je houd je mond over die Jezus’, dreigden ze. Maar ik kon niet stil blijven, omdat ik de opdracht heb gekregen om het Woord van God te verspreiden. Bent u ook weleens bedreigd, omdat u over het Evangelie vertelde? De boodschap van het Evangelie is het waard om verteld te worden, ook al kost dat moeite en verdriet.

 

"Mijn vader zette een prijs op mijn hoofd. 'Wie mijn zoon vermoordt, zal ik mijn nieuwe zoon noemen'."


Ik denk terug aan het moment dat dat Woord belangrijk voor mij werd. Het moment, dat mijn hele leven op zijn kop zette. Het was in het jaar 2001. Ik dronk veel alcohol, maakte ruzie en was agressief. Mijn vader zei altijd: ‘Jongen, je moet een voorbeeld zijn, net als je vader. In de toekomst moet je ook imam worden.’ Maar mijn leven liep anders. Mijn buurman bekeerde zich ineens tot het christendom. Ik zag zo’n duidelijke verandering in hem, dat ik nieuwsgierig werd. Hij vertelde regelmatig over de Heere. Op een dag gaf hij zijn Bijbel aan me te leen. Ik nam hem mee naar huis en toen ik de Bijbel wilde openen, was het alsof ik mijn handen brandde. Ik schrok zo, dat ik de Bijbel per ongeluk in het vuur van de open haard naast mij gooide. Zo verloor ik de Bijbel van mijn buurman, maar ik had nog steeds een diep verlangen om erin te lezen. Mijn buurman zei: ‘Ik ga niet nog een keer een Bijbel aan jou uitlenen, jij vernietigt hem.’ Na lang aandringen mocht ik toch nog een paar dagen een Bijbel van hem lenen. Maar na die paar dagen wilde ik hem nog niet teruggeven. Ik verzon elke keer een smoesje. Ik begon kerkdiensten te bezoeken en kreeg daar een Bijbel mee voor mezelf. Dank God daarvoor. Tot nu toe is die Bijbel nog steeds in mijn handen en ik gebruik hem iedere dag. Elke keer zie ik weer veranderingen in mijn leven. Dat is het werk van God. Kent u ook iets van die verandering door Christus? Dat zie je ook terug in je gedrag. Twee jaar lang was ik teruggetrokken en niet betrokken bij het verspreiden van Gods Woord. Maar de liefde van Christus drijft mij inmiddels om die blijdschap te delen. Dan kan ik mijn mond niet meer houden. Dank God dat Hij niet stopt met het werk van Zijn Geest!”

Een broederlijke groet uit Irak,

Karzan